[anysurfer.logo]

Toolbox Diversiteit

Een bundeling van tools en methodieken voor diversiteitsmedewerkers in het jeugdwerk.
Home

Superdiversiteit

De term superdiversiteit wordt soms gebruikt als een soort containerbegrip om te wijzen op alle verschillende facetten van diversiteit en de bijhorende complexiteit. Maar eigenlijk slaat de term superdiversiteit enkel op migratie.

De term werd voor het eerst gebruikt in 2007 door Steven Vertovec om de veranderende bevolking van Londen te omschrijven. De term werd in ons taalgebied uitgediept en verspreid in een aantal publicaties: 

Verschillende documentaires proberen die superdiversiteit in beeld te brengen, onder andere in Oostende  en in Rotterdam.  In dit artikel  en in deze lezing  licht Dirk Geldof zijn invulling van de term toe en de consequenties voor hulpverlening en onderwijs.

Demos bracht in 2014 het boek ‘Niets meer dan gelijkheid’ uit over de betekenis van superdiversiteit voor de jeugdwerksector. Het inleidend hoofdstuk van het boek kan je gratis downloaden via deze link.  

Wat verstaan we onder superdiversiteit?

Superdiversiteit betekent zowel een kwantitatieve toename van diversiteit (veel meer diversiteit) als een kwalitatieve toename (diversiteit binnen de diversiteit).

Voor 1990 was migratie relatief eenvoudig: beperkte groep thuislanden, beperkte groep gastlanden, afgebakende motieven. Na 1990 (met de val van het Ijzeren gordijn) wordt migratie een pak ingewikkelder: 

  • Migranten komen uit alle hoeken van de wereld. Enorme versnippering in de achtergronden van migranten: etnisch, taalkundig, cultureel, religieus … 
  • Migratie steeds meer in de illegaliteit. Verschillende verblijfsstatuten, verschillende maatschappelijke posities, zeer precaire levensomstandigheden 
  • Uitzicht van westerse steden verandert grondig: buurten worden meer ‘gelaagd’, escalerende diversiteit aan cliënten binnen de integratiesector
  • Overheid verstrakt het asielsysteem: toegang tot formele rechten beperkt tot een steeds kleinere groep, instroom wordt gezien als overlast die moet ingeperkt worden  

Superdiversiteit betekent ook een andere verhouding van migranten tot hun aankomstland. Nieuwe migranten hebben niet meteen de behoefte om zich hier definitief te vestigen. Door de opkomst van internet en mobiele communicatietechnologie blijven migranten verbonden met het land van herkomst maar ook met kennissen, familieleden en gemeenschappen (diaspora) over heel de wereld. Ze zijn voor hun sociale contacten veel minder aangewezen op hun onmiddellijke omgeving. Ze leven in internationale netwerken, eerder dan in lokale gemeenschappen.

Via Facebook of bepaalde (nieuws)sites volgen ze de verkiezingen in hun thuisland, ze leven mee met internationale conflicten en met bepaalde sporten of culturele evenementen die hier niet of nauwelijks door de mainstreammedia of door de culturele sector worden opgepikt. Jongeren volgen vlogs en zoeken informatie op over vragen die ze op school, in de moskee of thuis niet beantwoord weten. 

foto (c) Kris De Ruyter

foto (c) Kurt De Ruyter

Samenleven in superdiversiteit

Superdiversiteit is op zich niet positief of negatief. Het is een vaststelling van een verandering in onze maatschappij. Niet alleen van de bevolkingssamenstelling maar ook dieper/fundamenteler van de manier waarop mensen samenleven en gemeenschap vormen. Veel vanzelfsprekendheden over ‘samenleven’ en ‘gemeenschap vormen’ staan onder druk. 

  • Onze samenleving wordt minder stabiel en homogeen dan we gewoon zijn
  • Mensen zijn veel mobieler dan we gewoon zijn.
  • Je bent niet langer lid van van één cultuur, één gemeenschap, je spreekt niet langer één taal die je deelt met anderen
  • Je hebt niet één identiteit, maar veel verschillende identiteiten
  • Je kunt niet langer op school leren hoe je met al die diversiteit moet omgaan 

Superdiversiteit en integratie

Superdiversiteit zorgt er ook voor dat de traditionele kijk op integratie ter discussie staat.

Integratie bestaat doorgaans uit planmatige, methodische onderbouwde ontmoetingen tussen twee duidelijk afgebakende groepen. Op termijn moeten die ontmoetingen leiden tot het inpassen van ‘nieuwe’ groepen in bestaande (licht bijgestuurde?) structuren en werkwijzen. De positie en het referentiekader van de dominante bevolkingsgroep staat meestal buiten discussie.

Maar dat verandert. Het aantal plaatsen waar minderheden de meerderheid uitmaken, neemt toe. Er bestaat niet langer een stabiele, homogene samenleving waarin nieuwkomers zouden kunnen opgaan, zelfs al zouden ze dat willen. Wie moet zich aanpassen aan wie? Wie bepaalt dit? Als er geen duidelijke meerderheid meer is, moet iedereen zich aan iedereen aanpassen. We zijn allemaal nieuwkomers in een superdiverse samenleving.

De aanwezige diversiteit wordt steeds zichtbaarder en dat lijkt op zijn beurt meer diversiteit aan te moedigen. Meerdere groepen durven openlijker zichzelf zijn en eisen steeds militanter hun plaats op in de samenleving. Ook de gevoeligheid voor machtsongelijkheid en uitsluitingsmechanismen neemt toe, de onderlinge solidariteit tussen mensen die worden uitgesloten neemt toe.  

De samenleving lijkt te kantelen … … maar toch leidt dit niet spontaan tot een smeltkroes of tot meer gelijkheid. Er ontstaan tegenreacties en tegenbewegingen. We blijken onvoldoende toegerust om met de superdiversiteit om te gaan. De bestaande machtsverhoudingen zijn sterker dan de kwantitatieve verhoudingen tussen bevolkingsgroepen. Ze volgen niet automatisch de sociologische evoluties.  

Polarisering

In de media, het publieke debat en op de sociale media wordt de discussie steeds heftiger gevoerd. In de dagelijkse praktijk is er vaak een erg pragmatische houding. Mensen maken zich wel zorgen, maar tegelijk proberen ze er ook het beste van te maken, in de klas, in de buurt, op de werkvloer … Evolueren we naar een maatschappelijk LAT-relatie? Living Apart Together?

Ondertussen dringt het verhitte en steeds meer gepolariseerde debat wel door in het dagelijks leven. Publieke uitspraken van politici gooien olie op vuurtjes die vrij gemakkelijk geblust kunnen worden. Verschillen worden uitvergroot.  Onrecht wordt miskend of ontkend. 

Alleen lijkt het steeds moeilijker om een synthese te maken tussen de gangbare discours. Ook geen duidelijke ideologische scheidingslijnen en kaders. De toegenomen complexiteit en de polarisering leiden tot een grotere handelingsverlegenheid en vertwijfeling: wat moeten we nog doen om goed te doen? 

foto (c) Kris De Ruyter

foto (c) Kurt De Ruyter

Superdiversiteit en jeugdwerk

Superdiversiteit manifesteert zich het sterkst bij de jeugd. Hoe jonger, hoe meer superdiversiteit. Superdiversiteit is dus een thema dat bij uitstek mensen aanbelangt die werken met kinderen en jongeren. Er leeft een sterke hoop dat kinderen en jongeren die opgroeien in superdiversiteit dit als vanzelfsprekend zullen beschouwen en hier spontaan mee zullen leren omgaan. Diversiteit is dan geen issue, geen thema meer. Er zijn positieve signalen, maar … 

  • Uit onderzoek blijkt dat jongeren die sterk van elkaar verschillen nog steeds blijven opgroeien in gescheiden werelden. De bereidheid om sociale afstand te verkleinen is laag (Siongers, 2013). 
  • Diversiteit is een bevrijding én een bedreiging (zie bvb. de opkomst van extreem-rechts in Europa, ook bij jonge mensen)
  • Ook als de minderheden in de meerderheid zijn, blijven de bestaande machtsverhoudingen overeind. Niet alleen sociaal-economisch (mensen met een migratie-achtergrond hebben meer kans om in armoede te leven), ook sociaal-cultureel is er ongelijkheid.
Actief omgaan met die superdiversiteit en jongeren leren om dit te doen is een belangrijke opdracht voor wie werkt met kinderen en jongeren. Sommige organisaties hebben al veel pogingen gedaan om een diverser publiek te bereiken. Niet alrijd met het gewenste succes. Sommige leggen daarom de bal in het kamp van de ‘andere’. Zij moeten nu de nodige inspanningen doen. Anderen wijzen op de structurele uitdagingen in het jeugdwerk die superdiversiteit blijven tegenhouden: 

Ruimte maken voor verschil

Blijven piekeren over de vraag ‘waarom komen ze niet’ of denken ‘zij willen niet’ zoals zoveel organisaties voor volwassenen, zet niet veel zoden aan de dijk. Zet liever in op outreachend werken zoals in dit artikel wordt aangemoedigd. Verlaat je comfortabele werkomgeving. Zoek zelf actief contact met de mensen die je wil bereiken. Eventueel met de hulp van tussenpersonen. Van daaruit kan je:

  • Contacten leggen
  • Tijd en ruimte nemen
  • Luisteren 
  • Samenwerking aangaan
  • Sensitiviteit voor verschil vergroten, aandacht voor referentiekader, woordgebruik, privileges, groter zelf-bewustzijn … (it’s about you)
  • Ruimte maken: macht uit handen geven, jezelf/peergroup niet langer in het centrum plaatsen (it’s not about you)
  • Ervaringen van convivialiteit creëren
“Convivialiteit draait rond elkaar z’n ding laten doen en rond de weigering om over elk punt dat zich aandient heibel te maken. Het komt erop neer dat men zich normaal en civiel kan gedragen in z’n omgeving, en zonder nevenbedenkingen gebruik kan maken van de infrastructuur van de buurt, dat men zich in die buurt op z’n gemak voelt omdat men die buurt aanvaardt als een vertrouwde habitat, en dat liefst ook zo wil houden.” (Jan Blommaert)

Interne evolutie: van niche naar de kern

Positieve contacten zijn een begin. Het is belangrijk dat organisaties ook hun interne organisatie onder de loep nemen. Hier is het belangrijke dat ze andere stemmen aan het woord laten en betrekken bij hun werking.

“Vandaag worden samenlevingsvisies en -strategieën inzake culturele diversiteit nog grotendeels uitgedacht door een homogene groep geprivilegieerde witte burgers, wiens leefwerelden weinig tot geen raakvlakken hebben met de onderwerpen, geleefde ervaringen of culturele trauma’s van minder geprivilegieerde groepen. Deze groepen hebben een gebrek aan politieke, sociale en culturele macht en zelfbeschikkingsrecht.” (Brochure Macht herverdelen)

“Inclusion is inviting those who have been left out (in any way) to come in, and asking them to help design new systems that encourage every person to participate to the fulness of their capacity as partners and members.” (Forest & Pearpoint, 1992)

Vanuit het werk rond ‘dekoloniseren’ kan je op een kritische manier kijken naar de diepgaande vooroordelen en overtuigingen die leven in je organisatie. Zie onder andere: 

Solidariteit en superdiversiteit

Maar superdiversiteit vergt ook een evolutie naar buiten. Sociale inclusie zonder sociale rechtvaardigheid levert misschien wel individuele succesverhalen op en hier en daar een gesust geweten, structurele maatregelen blijven nodig om echt gelijke kansen te creëren.

Organisaties kunnen openlijk standpunt innemen tegen racisme, discriminatie en ongelijkheid. Wie de stap wil zetten naar samen actie voeren vindt onder andere inspiratie in het handboek Solidariteit in Superdiversiteit en op de website www.solidariteitdiversiteit.be. In het boek beschrijven de auteurs hoe je op de basis van ‘convivialiteit’ vervolgens kwesties die als onrechtvaardig worden ervaren bespreekbaar kan maken. Maar het wordt pas echt burgerschap als het zichtbaar en bespreekbaar maken van kwesties ook politiek wordt en leidt tot het maken van ‘claims’. Hoe je deze ‘drietrapsraket’ en andere concepten in praktijk realiseert, lees je in dit boek.

Specifiek voor kinderen en jongeren vind je ook veel inspiratie in het boek Macht in vraag gesteld van Uit De Marge. Kritisch zijn en samen met kinderen en jongeren strijden voor een sociaal rechtvaardigere samenleving is eigen aan het jeugdwelzijnswerk. Het zit in het DNA van deze sector om structurele oorzaken van problemen blijvend bloot te leggen, te bekritiseren en machtsstructuren te bevragen. Dit boek gaat dieper in op deze kernopdracht. Het biedt inzicht in verschillende praktijken op het vlak van politiserend werken, deontologie en personeelsbeleid. De artikels werden geschreven door medewerkers van Uit De Marge/CMGJ die met beide voeten in het jeugdwelzijnswerk staan.