[anysurfer.logo]

Kadervorming: aan deze regels moet je voldoen

Kadervorming: aan deze regels moet je voldoen

Kadervorming

Kadervormingstrajecten organiseren betekent ook dat je veel regels moet volgen. Je vindt alle regels terug in het decreet en bijhorend uitvoeringsbesluit, maar hieronder een overzicht:

Kadervormingstrajecten

Een volledig kadervormingstraject bestaat uit drie delen die elkaar in volgorde opvolgen.

CURSUS (50u) + STAGE (50u) + EVALUATIEMOMENT (4u) = ATTEST

De delen van het traject kunnen op verschillende manieren plaatsvinden. 

  • Het theoretische deel (cursus) kan zowel bestaan uit aansluitende dagen met overnachting, alsook zonder overnachting of opgedeeld in weekends, modules, … met of zonder overnachting. Belangrijk is alleszins dat de cursus zowel minimaal als maximaal uit 50 reële vormingsuren bestaat en dat je minimaal 4 deelnemers hebt. •
  • De begeleide stage bestaat ook uit 50 uren en kan zowel binnen (bv. In een lokale afdeling of op vakantiekamp, …) als buiten jouw organisatie (bij een andere vereniging) plaatsvinden.
  • Het evaluatiemoment bestaat uit 4u reflecteren in groep of (in uitzonderlijke gevallen) uit 2u één-op-één reflectie. De deelnemer volgt een evaluatiemoment bij dezelfde vereniging als waar hij cursus volgde.
Een deelnemer moet het gehele traject binnen 3 jaar tijd afronden: vanaf de start van de cursus krijgt de jongere drie jaar de tijd om een stage af te ronden èn een evaluatiemoment te volgen. Bij afronding van het traject is het de vereniging die het attest uitreikt aan de geslaagde deelnemer. Voor elk van de drie delen waaruit een kadervormingstraject bestaat, geven we in dit artikel overzichtelijk alle regels weer. 

Cursus (theoretisch deel: 50 vormingsuren)

We geven een algemeen overzicht van de vereisten voor een cursus.

1. Inhoudelijke basis

Inhoudelijke basis is steeds het competentieprofiel dat bij het attest hoort. Doelstellingen van vormingssessies op cursus zijn gebaseerd op de competenties in het bijhorende profiel. Als vereniging ben je vrij om accenten te leggen en te spelen met het zwaartepunt van de competenties, zolang ze allemaal aan bod komen. In je erkenningsdossier geef je aan op welke manier je dat als vereniging doet. 

2. Duur en verloop

Een theoretisch deel van een kadervormingstraject (lees: cursus) houdt 50 uren werkelijke vorming in. De manier waarop je die 50 uren juist organiseert, kan vele vormen aannemen. Je kan werken met een internaatscursus van verschillende dagen, met of zonder overnachting; je kan in modules van weekends, dagen, … werken. (In de regeling worden geen minimum- en maximum aantal uren vorming per dag gedefinieerd. Let wel op: indien jouw vereniging de vormingsuren van kadervormingscursussen telt binnen haar erkenning en subsidiëring, gelden de minima en maxima die daar gedefinieerd zijn, zijnde: minstens 2 uur per dag, maximum 10u per dag.)

Het principe is steeds dat een deelnemer zich inschrijft voor één traject. Het is belangrijk dat de deelnemer bij inschrijven al weet hoe de cursus is vormgegeven. Werk je met cursusmodules, dan krijgt een geheel aan modules één trajectnummer. Stel dat een deelnemer om welke reden dan ook niet binnen dit trajectnummer kan blijven, dan is het mogelijk om een module te volgen in een traject met een ander trajectnummer. Om dit nogal ingewikkelde systeem duidelijk te maken, geven we een praktisch voorbeeld. Het schema hieronder geeft weer dat een organisatie haar cursus opdeelt in 3 weekends. 

  • De jongere wordt gekoppeld aan 1 trajectnummer. Dit nummer koppelt de jongere aan het gevolgde traject, om zo de opvolging van de jongere mogelijk te maken.
  • Van zodra de jongere deelneemt aan het eerste weekend, start de periode van 3 jaar waarbinnen de jongere zijn volledige traject moet afgerond hebben. Dit wil zeggen dat als het eerste weekend start op 20 november 2018; de jongere zijn traject (cursus, stage en evaluatie) moet afgerond hebben tegen 20 november 2021.
  • Hoe die jongere “shopt” in cursusdelen of modules van het traject en dus kiest tussen de verschillende weekends die de organisatie aanbiedt, heeft de jongere zelf in de hand. - Zo kan een jongere instappen in A1 (november 2018). Vervolgens deelnemen aan weekend A2 (februari 2019) en tot slot eindigen met weekend A3 (juni 2019). - De jongere kan echter ook kiezen om in te stappen in A1 (november 2018), vervolgens deelnemen aan B2 (april 2019) omdat dit hem beter uitkomt en tot slot eindigen met C3 (december 2019). - Nog een andere optie bestaat er uit dat de jongere start in B1 (februari 2019), vervolgens deelneemt aan A3 (juni 2019) en vervolledigt met C2 (in september 2019).
  • Belangrijke aandachtspunten 
    • Deze ‘shopmogelijkheid’ kan enkel wanneer de organisatie kan aantonen dat de cursusdelen (1, 2 en 3) gelijkaardig zijn over de verschillende cursussen (A, B en C) heen.
    • De verschillende cursusdelen vormen één geheel waarin het gehele pakket aan competenties uit het competentieprofiel bevat.
    • Het is aan de organiserende vereniging om te registreren en garanderen dat de jongere in kwestie alle cursusdelen gevolgd heeft vooraleer hij aan de stage kan beginnen.
  • Stel nu dat je als organisatie merkt dat heel wat jongeren instappen op het eerste weekend, maar je bij het derde weekend nog maar weinig deelnemers overhoudt. Kan je dan – uit praktische overwegingen - cursusdelen uit 2 trajecten samen gooien?
    • Ja, dat kan, want de inhoud van je verschillende cursusdelen is dezelfde. Zo kan je er bijvoorbeeld voor kiezen om deelnemers van B3 (september 2019) te verplaatsen naar C3 (december 2019) zodat je dan een volle cursus hebt.  

3. Deelnemers

Deelnemen aan een cursus kadervorming is gebonden aan een aantal voorschriften.  

Schema animator

Het portfolio waarvan sprake wordt voorzien door afdeling Jeugd. Je vindt het op www.mijnkadervorming.be.

4. Begeleiding

Qua begeleiding op cursus heb je een verantwoordelijke ter plaatse nodig, en tellen we één begeleider per vijftien deelnemers. Beide moeten aan bepaalde voorschriften voldoen.  

schema begeleiding kadervorming

Dit hoeft niet te betekenen dat je instructeurs (in opleiding) die niet aan deze voorschriften voldoen, niet kunnen meekomen. Wanneer je voldoet aan de voorschriften hierboven, kan je je ploeg nog steeds aanvullen met extra instructeurs.

Tip! Door in je vrijwilligersbestanden / registratietools een slimme visuele weergave op te zetten, weet je meteen welke begeleiders in aanmerking komen als begeleider / verantwoordelijke ter plaatse. Zo weet je ook wanneer je ‘in de gevarenzone’ zit voor wat betreft het aantal beschikbare begeleiders, en hoe je kan bijspijkeren om steeds aan de vereisten te voldoen. 

5. Opvolging

Tijdens de cursus (of aan het einde ervan) vullen begeleider en deelnemer het trajectboekje voor een eerste keer in. Op basis van gesprekken of andere methodieken reflecteren beide over de competenties, ontwikkeling ervan, sterke punten en werkpunten van de deelnemer. De naslag hiervan wordt genoteerd in het boekje.  

Stage

1 Inhoudelijke basis

Ook voor de begeleiding van de stage vormen de competentieprofielen de inhoudelijke basis. Tijdens de stage brengt de deelnemer de zaken, die hij/zij opstak in de cursus, in de praktijk. De begeleider van de stage volgt op en bespreekt met de deelnemer de voortgang in competentieontwikkeling.

1. Duur en verloop

Een officiële stage bedraagt 50 uur. Onder stage-uren verstaat de afdeling uren waarbinnen je activiteiten met kinderen en jongeren begeleidt. Stage kan je lopen op een kamp, speelplein, atelier, … een plek binnen het jeugdwerk en in de vrije tijd van kinderen en jongeren. Dat kan binnen één week of gespreid over verschillende weken, dagen, initiatieven, … stagiairs zijn ook vrij om hun stage te spreiden over verschillende initiatieven.

2. Deelnemers

Eens deelnemers hun cursus positief voltooiden, kunnen ze een stageplaats zoeken en het geleerde in de praktijk brengen. In principe kan een deelnemer eender waar stage volgen. Gezien alle trajecten rond dezelfde competenties draaien, kan je als vereniging moeilijk weigeren om een deelnemer stage te laten lopen. Indien je echter als vereniging volgens bepaalde leeftijdsgroepen werkt (bv. Je wordt leiding vanaf je 18e), dan kan dat wel. Je hoeft dus niet je gehele manier van werken om te gooien om hier aan te voldoen. 

3. Begeleiding

De begeleider van een stage moet aan bepaalde voorschriften voldoen, wil de stage tellen als officieel onderdeel van het kadervormingstraject.  

5. Opvolging

Tijdens de stage (of aan het einde ervan) vullen begeleider en deelnemer het trajectboekje voor een tweede keer in. Op basis van gesprekken of andere methodieken reflecteren beide over de competenties, ontwikkeling ervan, sterke punten en werkpunten van de deelnemer. De naslag hiervan wordt genoteerd in het boekje.  

Evaluatiemoment

Nieuw sinds 2015 is het evaluatiemoment als derde luik van een kadervormingstraject. Aan de basis van dit sluitstuk ligt de wens om voldoende begeleiding te voorzien voor een deelnemer. Om die reden wordt de deelnemer na afronden van de stage terug in huis gehaald bij de vereniging die het theoretische deel organiseerde. Doel is om onder begeleiding te reflecteren over het gehele leertraject, om te terug te kijken op de groei die de deelnemer doorheen cursus en stage doormaakte èn om hem of haar sterke punten en werkpunten mee te geven. Als afronding bezorgt de vereniging de deelnemer een attest.

1. Inhoudelijke basis

Je bent als organisatie behoorlijk vrij om je evaluatiemoment zelf vorm te geven naar eigen believen. De inhoudelijke basis van het evaluatiemoment is het competentieprofiel dat bij het attest hoort. De doelstellingen die de afdeling Jeugd oplegt, zijn:

  • De deelnemer en begeleider reflecteren over, en evalueren de competentieverwerving van de deelnemer.
  • Deze evaluatie vindt een naslag in het trajectboekje.
Deelnemersperspectief

Het evaluatiemoment is het sluitstuk van het kadervormingstraject dat een deelnemer doorloopt. Het is een afronding van inzet doorheen cursus en stageperiode en luidt een nieuw hoofdstuk in voor een deelnemer. Probeer het evaluatiemoment dan ook te bekijken vanuit het perspectief van een deelnemer en maak er een stevige afsluiter van. Coach je deelnemer, zet hem/haar aan tot een diepe reflectie over zijn eigen kennen, zijn en kunnen. Zelfreflectie vormt de kern van het evaluatiemoment.

Naast dit eerder productgericht kijken naar de deelnemer als animator, is het ook aan te raden om aandacht te besteden aan het proces dat hij/zij doormaakte: maak gebruik van het trajectboekje om de vergelijking tussen cursus, stage en dit moment te maken: welke vooruitgang zien jullie? Wat is er veranderd? Ook het persoonlijke kan aan bod komen in het evaluatiemoment: hoe voelt de deelnemer zich in zijn/haar rol als animator/hoofdanimator/instructeur?

Dit betekent uiteraard niet dat je je gedurende 4u tijd moet beperken tot gesprekken. Als organisatie ben je vrij om te kiezen welke methode voor jou van toepassing is. Zoals gezegd ben je redelijk vrij in de vormgeving van dit moment. Hoewel reflectie en evaluatie de kern van dit moment moeten vormen, kan je er nog veel meer mee doen en op die manier meerdere vliegen in één klap slaan.

Organisatieperspectief

Vanuit een organisatieperspectief schuilt er in het evaluatiemoment ook een buitenkans: doordat je deelnemers na de stage nog eens in huis hebt, krijg je de kans om de impact van je vormingsprogramma na te gaan. Door cursisten aan te zetten tot diepgaande reflectie over hun kadervormingstraject, kan je als organisatie ook veel leren en een nuttige evaluatie van je eigen vormingsprogramma en kadervormingstrajecten maken.  

2. Duur en verloop

Een evaluatiemoment duurt 4u. indien je in groep werkt, 2u. wanneer je er voor kiest om individueel te evalueren. Wanneer plan je nu net je evaluatiemomenten in? Alvast enkele zaken om in rekening te brengen:

  • Het evaluatiemoment vindt plaats nadat een deelnemer zijn/haar begeleide stage heeft gevolgd.
  • Maximum 3 jaar na aanvang van de cursus moet de deelnemer het evaluatiemoment afgerond hebben.
  • Reken er op dat je een attest pas kan afleveren vanaf het moment dat de deelnemer de vooropgestelde leeftijdsgrens heeft bereikt (zie hierboven). Wanneer bezorg je het attest?
  • Ten vroegste na afloop van het evaluatiemoment. Daarbij is het toegestaan om de attesten op voorhand af te printen en op het evaluatiemoment uit te reiken (hoewel je ook digitaal kan werken via www.mijnkadervorming.be).
  • Ten laatste drie maanden na afronding van het evaluatiemoment.  

3. Deelnemers

Belangrijk voor jou als organisatie is een minimum en maximumscenario uit te tekenen. Je weet immers dat KAVO-trajecten ook maximumduurtijden hebben:

  • Traject moet afgerond binnen maximum 3 jaar: het evaluatiemoment kan dus max. 3 jaar na de start van een cursus plaatsvinden.
  • Een maximum doorlooptijd van een deelnemer vormt geen probleem qua leeftijdsvereisten.
  • Wat met minimumscenario?
    • Deelnemer is net 15 geworden bij start cursus in herfstvakantie 2018.
    • Deelnemer doet 50u stage op speelplein in kerstvakantie 2018.
    • Deelnemer moet wachten op attest tot ten vroegste evaluatiemoment in oktober 2019, wanneer hij/zij de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt.
Het minimum aantal deelnemers ligt op 4 personen.

4. Begeleiding

De begeleidingseisen voor het evaluatiemoment zijn dezelfde als die voor het theoretische deel, nl. een verantwoordelijke ter plaatse en het criterium van één begeleider per vijftien deelnemers. Beide moeten aan bepaalde voorschriften voldoen.  

schema begeleiding

Afhankelijk van hoe je je evaluatiemomenten aanpakt, ga je meer of minder moeite hebben om aan de begeleidingseisen te voldoen. 

  • Als je er voor kiest om met ‘massa-events’ te werken, zal je zeker moeten zijn dat je aan de richtlijn van 1 begeleider per 15 deelnemers voldoet. Hoe meer deelnemers, hoe meer ‘gepaste’ begeleiders je zal moeten optrommelen. 
  • Kies je er voor om 2u individuele begeleiding te voorzien, dan heb je ofwel meer mensen nodig die tegelijkertijd één op één evalueren, of zal je evaluatiemoment langer duren gezien je met minder begeleiders aan de slag kan.

5. Opvolging

Uit de uitvoeringsbesluiten: “§5. De afdeling Jeugd stelt een trajectboekje ter beschikking waarmee het kadervormingstraject moet worden opgevolgd.”

Hou er rekening mee dat er ergens in je evaluatiemoment ruimte is om het boekje in te vullen.