[anysurfer.logo]

Hoe zoeken kinderen en jongeren naar informatie?

Hoe zoeken kinderen en jongeren naar informatie?

WAT WAT - WAT WAT label

Welke studierichting wil ik kiezen? Wat moet ik doen als ik gepest word? Op welke politieke partij moet ik stemmen? Hoe ga ik om met mijn verliefdheid? Tegenwoordig is informatie in overvloed aanwezig en toegankelijk met een paar muisklikken. We consumeren en produceren iedere dag met zijn allen bergen informatie. Hoe gaan kinderen en jongeren met deze informatiestromen om? Waar starten ze hun zoektocht? En hoe schatten ze de betrouwbaarheid van verschillende bronnen in? De Hogeschool Gent bracht in opdracht van De Ambrassade het informatienetwerk en de zoekstrategieën van kinderen (8-11), tieners (12-15) en jongeren (16+) in kaart. 

4 conclusies om te onthouden: 

Jongere op tablet

Onmiddellijke omgeving als uitgangspunt 

Kinderen en jongeren starten hun zoektocht naar informatie binnen hun onmiddellijke omgeving. Ouders, vrienden en leerkrachten zijn belangrijke referentiepunten. Vaak gaan ze op zoek naar een expert in hun omgeving. Papa weet veel over politiek, terwijl vriend Nicholas veel kennis heeft over fietsen en oudere zus Anna meer ervaren is op vlak van relaties. Dat geldt trouwens nog veel sterker voor kinderen en jongeren in maatschappelijk kwetsbare situaties, leren we uit eerder onderzoek naar de leefwereld van maatschappelijk kwetsbare jongeren in het kader van informatiebehoeften en informatietactieken (2011). Informatie zoeken betekent voor hen vooral ‘de juiste persoon kennen’. De rol van jeugdwerkers als vertrouwenspersoon is hierbij erg belangrijk.  

Ouders als houvast

Kinderen tussen 8 en 11 jaar gaan over het algemeen in eerste instantie bij hun ouders op zoek naar informatie. Daarnaast vinden ze de info die ze van papa of mama krijgen doorgaans het meest betrouwbaar. Vanaf 12 jaar is Google over het algemeen de eerste plaats waar ze hun zoektocht aanvatten én waar ze de beste informatie denken te vinden. Toch blijven ook de ouders als informatiebron voor jongeren vanaf 12 een sterke tweede plaats innemen. 

De Googlereflex 

Google is als toegangspoort naar informatie ontzettend populair. In 6 op de 10 gevallen waarbij kinderen op zoek gaan naar informatie, gaan ze onder andere via Google op zoek. Bij jongeren stijgt dit tot 8 op 10 keer. Toch melden de jongeren uit het onderzoek dat het niet altijd eenvoudig is om iets te vinden in het grote digitale aanbod. Of dat de informatie op sommige websites niet op hun maat is geschreven. Sommige jongeren spreken van een virtuele overload. Dat verklaart misschien ook de verrassend hoge appreciatie van print bij jongeren. Zo zegt een meisje van 21 jaar: ‘Al het digitale gaat gewoon heel snel. Als je dan iets in je handen krijgt, is dat wel tof en dan blijf je daar toch iets langer bij stilstaan.’ Als het gaat om betrouwbaarheid van bronnen, vinden kinderen hun sociaal netwerk vaak geloofwaardiger dan het internet. Digitale bronnen worden niet alleen kritischer bekeken, maar ook als minder betrouwbaar beoordeeld dan gedrukte media. 

Zoekstrategieën ontwikkelen zich doorheen de tijd

Hoe ouder men wordt, hoe meer informatiebronnen men rond een specifiek onderwerp raadpleegt. Terwijl kinderen vooral exploreren en uitproberen, weten jongeren veel beter welke infobronnen ze rond specifieke thema’s moeten aanspreken. Opvallend is ook dat het verifiëren van de informatie bij jongeren vanaf 16 jaar 6 keer zo hoog is als bij kinderen tussen 8 en 11, en dubbel zo hoog is als bij tieners tussen 12 en 15. Hoe ouder je wordt, hoe kritischer je naar informatie kijkt.