[anysurfer.logo]

Vragenbak

Vragenbak

Werkvormen

In een bak bevinden zich stroken met een vraag op. De deelnemers trekken - één per één - een vraag uit de bak en geven er een antwoord op. De begeleider kan de vragen op voorhand formuleren of de deelnemers zelf vragen laten noteren.

Bron: Dirkse-Hulsvher, S. & Talen, A. (2007). Het Groot Werkvormenboek; Amersfoort: Drukkerij Wilco. 

Varianten:

  • Schrijfgesprek: De vragen worden op grote flappen gezet. De deelnemers schrijven hun antwoord op de vraag op de verschillende flappen. Je kan reageren op antwoorden van andere mensen. Zo ontstaat er een schrijfgesprek. Aanvullend: je kan vragen aan de deelnemers om niet te praten. 
  • Verslaggever: Per flap wordt er een 'verslaggever' aangeduid. De andere deelnemers kunnen hun antwoorden op de verschillende flappen gaan zetten, terwijl er bij iedere flap iemand blijft zitten. Deze persoon houdt het overzicht en kan de andere deelnemers vertellen wat er reeds is opgeschreven. Op het einde stelt iedere verslaggever z'n flap voor aan de grote groep. Zo krijg je een verslag van iedere flap. 
  • Flappenrace: De groep wordt in vier verdeeld. Ieder groepje krijgt een ander kleur van stift. Op het einde kan je zien welke groep het meest heeft op geschreven. 
  • Estafette: De groep wordt verdeeld in kleinere groepjes. Ieder groepje moet zo snel mogelijk z'n flap vol schrijven met antwoorden op de vraag. Het groepje dat het meest op z'n flap heeft geschreven, is gewonnen. Belangrijk: gebruik hier een concrete vraag waarop je veel antwoorden kan geven. Bijvoorbeeld: Op welke manier kan je reclame maken voor een fuif?