[anysurfer.logo]

#Jeugdwerkwerkt 2023

Een geactualiseerde agenda voor de toekomst en een nieuwe congres #Jeugdwerkwerkt 2023. Volg het op de voet!
Home

E-inclusie

Dit artikel komt voort uit de inspiratiedag #Jeugdwerkwerkt, dat doorging op donderdag 21 mei 2021. Tien sprekers legden nieuwe vraagstukken voor aan jeugdwerkers en de jeugdwerksector. We blikten terug op hoe het jeugdwerk creatieve oplossingen vond om met een crisis om te gaan, maar keken vooral vooruit naar de kansen voor de toekomst. Alenka was één van de sprekers op de inspiratiedag. We vroegen haar, net zoals de andere sprekers op de inspiratiedag, haar vraagstuk in een artikel te gieten. We bundelen deze artikels op ambrassade.be/nl/jeugdwerkwerkt2023. De artikels geven voeding om onze ‘agenda voor de toekomst van het jeugdwerk’ te actualiseren. Lees er meer over op de homepagina.

Lang niet elke jongere spreekt digi-taal

Hoe kan het jeugdwerk bijdragen tot minder digitale uitsluiting?

Door Alenka Le Compte 

Alenka Le Compte is aanspreekpunt voor digitale inclusie bij Mediawijs, het Vlaams Kenniscentrum Digitale en Mediawijsheid. Mensen samenbrengen, informatie en expertise delen en ter beschikking stellen staan centraal in haar functie. 

Jeugdwerkwerkt - E-inclusie

De kinderen en jongeren van vandaag zijn geboren in een digitale wereld en worden dus vaak gezien als echte “digital natives”. Veel ouders en leerkrachten gaan ervan uit dat jongeren meer weten over de online wereld, digitale toestellen en snufjes dan zijzelf. En geef nu toe, dat klinkt logisch, niet? Het is echter een cliché dat niet helemaal klopt. Zeker niet bij kinderen en jongeren met een kwetsbare achtergrond. Digital by birth is niet noodzakelijk digital by nature. En de sociaaleconomische status speelt daarin een niet te onderschatten rol. Het wordt tijd dat we ons daar bewust van worden. 

1. Digitale ingesloten of digitaal uitgesloten?

Digitale inclusie of e-inclusie, een term waar je tegenwoordig niet kan naast kijken. Digitale inclusie wijdt op het ‘digitaal mee zijn’. Vanuit de Vlaamse en federale overheid werden én worden sinds corona heel wat middelen vrijgemaakt om hierop in te zetten. Maar laten we even stilstaan bij wat die termen nu precies betekenen.

Digitale inclusie slaat op de insluiting van digitaal achtergestelde groepen in de samenleving. Daar tegenover staat digitale uitsluiting en discriminatie, wat wil zeggen dat je niet volwaardig kan participeren aan onze digitale maatschappij. Je kan op verschillende manieren digitaal uitgesloten worden:

  • Je hebt geen digitaal toestel ter beschikking of je hebt geen of een zwakke internetverbinding.
  • Wanneer je wel toegang hebt tot deze digitale middelen, kan het ook zijn dat je niet voldoende vaardigheden hebt om die toegang volwaardig te benutten.

2. Digitale voorwaarden

Het digitaler worden van onze maatschappij heeft gevolgen en implicaties. Voor sommige groepen al meer dan voor anderen. Kansarme kinderen en jongeren behoren zoals vaker tot één van de grote risicogroepen om digitaal uit te vallen. Willen we digitale exclusie tegengaan en iedereen meekrijgen in deze digitale samenleving, moet er aan vier voorwaarden voldaan worden:

  1. Er moet een basisaanbod zijn aan betaalbare en kwaliteitsvolle toegang tot hardware, software en internet.

  2. Iedereen moet de juiste digitale competenties bezitten om digitaal mee te zijn. Je hebt sterke kennis (weten), vaardigheden (kunnen) en attitudes (houding, willen, durven) nodig.

  3. Iedereen moet kunnen terugvallen op een sterk ondersteuningsnetwerk, waar je terecht kan met je digitale vragen om je weg te vinden in de digitale wereld. Dit netwerk speelt een centrale rol in het verwerven van die digitale competenties.

  4. De digitale toepassingen die we allemaal gebruiken, moeten ontworpen zijn volgens de “inclusion by design” principes. Waardoor er geen extra digitale drempels ingebouwd worden.
Laten we elk van die vier voorwaarden eens nader onder de loep nemen en kijken waar het fout loopt bij kwetsbare en kansarme kinderen jongeren.

Toegang tot hardware, software en internet

De laatste jaren werd - ten onrechte - gedacht dat zeker jongeren intussen wel toegang tot hardware, software en internet hebben. Heeft niet elke jongere tegenwoordig een smartphone met internet of een laptop ter beschikking? Het antwoord is neen.

  • Uit de laatste Apestaartjaren bevraging (voor corona) blijkt dat 5% van de lagere schoolkinderen in Vlaanderen thuis niet beschikt over een laptop, tablet of vaste computer, 3% ook niet over een smartphone. 13% van de jongeren in het secundair onderwijs in Vlaanderen gebruikte nog nooit een laptop, tablet of desktop.

  • Uit de Marge deed tijdens corona een bevraging bij kwetsbare jongeren, waaruit bleek dat 66% van de jongeren die zij bevraagd hadden thuis geen laptop of desktop hadden op dat moment. De coronacrisis maakte pijnlijk duidelijk dat de toegang tot digitale middelen (en behoeften) dus nog steeds onze aandacht nodig heeft.
In de onderschatting van de nood aan toegang spelen twee elementen in mee. Ten eerste wordt er te weinig rekening gehouden met de hoeveelheid aan digitale toestellen die binnen een huishouden aanwezig of beschikbaar zijn. Uit de laatste Digimeter-bevraging blijkt dat drie vierden van de Vlamingen minsten 3 slimme toestellen in huis hebben. Maar er wordt niet gespecificeerd welke toestellen: dat kunnen tablets, smartphones, smartwatches, computers of dergelijk zijn. Wat als je dan als (kansarm) gezin met vier kinderen slechts één laptop hebt en al je kinderen moeten afstandsonderwijs volgen? Zulke gevoeligheden worden bij enquêtes vaak over het hoofd gezien, waardoor we een vertekend beeld krijgen van de digitale realiteiten.

Ten tweede is de kwaliteit van de internetverbinding, de software en het digitaal materiaal ook essentieel. Een online les volgen via een zwakke connectie of een niet up-to-date toestel zorgt bijvoorbeeld voor leer- of werkachterstand. De kostprijs van het materiaal, de internetabonnementen alsook het gebrek aan digitale vaardigheden spelen hierin vaak een rol, blijkt uit cijfers van Statbel (van voor corona).

De juiste digitale competenties

Een tweede voorwaarde om mee te kunnen in onze steeds groeiende digitale samenleving, is dat je de nodige digitale competenties beheerst om digitaal mee te zijn. Dan hebben we het over bepaalde kennis (weten), vaardigheden (kunnen) en attitudes (houding, willen, durven), zodat je je actief, 5 creatief, kritisch en bewust kan bewegen in die digitale maatschappij.

Jammer genoeg staat digitale toepassingen kunnen gebruiken voor velen nog niet gelijk aan volwaardig participeren in de digitale maatschappij.
Even concreet maken: een jongere kan gemakkelijk een Facebookprofiel aanmaken, maar heeft die ook de nodige vaardigheden om valse, misleidende nieuwsberichten te kunnen onderscheiden van feiten? En heeft een tiener voldoende inzicht en kennis om te begrijpen dat Facebook de gebruikersdata gebruikt om gerichte advertenties op de Facebook-feed te plaatsen?

Uit een onderzoek van Febelfin blijkt dat 30% van de jongeren, mensen tussen 15 en 30 jaar oud, zelfs nog nooit gehoord hebben van het fenomeen. Om maar enkele van de vele voorbeelden over kritisch internetten op te sommen.

20% van de 16 tot 24 jarigen heeft geen of beperkte digitale vaardigheden (voor corona). Als je jongeren vraagt hun eigen digitale competenties in te schatten, zien we dat jongeren zichzelf niet de hoogste scores geven.
Uit een bevraging van Radio 2 en MNM (tijdens corona) blijkt dat 30% van de kwetsbare jongeren tussen 18 en 25 jaar zichzelf tussen een 0 en 6 op 10 geeft, wat betreft het omgaan met nieuwe technologieën. Dat zijn geen cijfers om blij van te worden, zeker niet als je dat cijfer vergelijkt met niet-kwetsbare jongeren, waar het slechts om 11% gaat. De Digimeter van 2021 (tijdens corona) geeft aan dat 15% van de jongeren bepaalde technologieën mijden omdat ze er niet vertrouwd mee zijn of het niet snappen. En 32% van de jongeren geeft ook aan dat ze niet klaar waren om plots alles (telewerken, afstandsonderwijs, …) online en digitaal te doen.

Uit onderzoek (jaarboek armoede en sociale uitsluiting 2020) blijkt ook dat de doeleinden voor digitaal gebruik verschillen. Zo gebruiken kwetsbare groepen (ook jongeren) digitale technologie vaker als entertainment terwijl bevoorrechte groepen ook andere voordelen halen uit technologie (netwerk, werk, studies, enz.).

Een sterk digitaal netwerk is key

De derde voorwaarde om digitaal sterk in je schoenen te leren staan, is dat je omringd bent door een sterk ondersteuningsnetwerk. Dat is essentieel omwille van twee redenen.

  • Ten eerste zou elke jongere een plaats moeten hebben of bij iemand terecht moeten kunnen waar die de digitale competenties kan versterken of waar die er op z’n minst mee geholpen wordt.
  • Ten tweede bepaalt jouw ondersteuningsnetwerk vaak de grote van de gevolgen van je digitale uitsluiting.
Laten we opnieuw met een voorbeeld werken:

Een jongere denkt dat die recht heeft op een studietoelage. De procedure om deze aan te vragen verloopt online, maar het lukt de jongere of de ouders niet om de aanvraag online in te dienen. Mits wat geluk kan de jongere terecht bij een familielid of vriend die hierin wél wat mee is. Samen kunnen ze de aanvraag indienen. Als dat niet het geval is, kan de jongere misschien terecht bij een jeugdwerker of hulpverlener. Resultaat: de jongere kon zijn studietoelage aanvragen. Hij blijft misschien nog steeds deels digitaal uitgesloten, maar toch zijn de gevolgen van de digitale uitsluiting beperkt dankzij het steunnetwerk waarop die kan terugvallen.
Indien de jongere geen beroep kan doen op zijn netwerk, is er een grote kans dat die de studietoelage misloopt. Waarop die niet kan gaan studeren en op die manier jobkansen mist. Wat 6 resulteert in een vicieuze cirkel.

Als we gaan kijken naar het gebruik van online diensten, dan blijkt uit cijfers van Statbel uit 2020 (voor corona) dat

  • 71% van de 16 tot 24 jarigen en 87% van de 25 tot 34 jarigen aan online bankieren doen
  • 23% van de 16 tot 24 jarigen en 57% van de 25 tot 34 jarigen vult online formulieren in van de overheid (voorbeeld tax-on-web)
  • 95% en 96% van hen is actief is op sociale media

Inclusion by design

De vierde en laatste voorwaarde is dat de digitale toepassingen die we gebruiken, ontworpen zijn volgens de “inclusion by design” principes. Deze principes zorgen dat er geen extra digitale drempels ingebouwd zijn.

Dat betekent dat websites en applicaties zo intuïtief mogelijk gebouwd zijn en dat de taal zo eenvoudig mogelijk is. Zo kunnen kinderen en jongeren die nog niet zo digitaal handig zijn of de taal nog niet volledig machtig zijn toch overweg met toestellen, webpagina’s, tools, ... Alle overheidswebsites moeten voldoen aan bepaalde richtlijnen (de WCAG-normen), want er bestaat een wettelijk kader rond ‘inclusion by design’ Maar in de realiteit zien we dat dit niet altijd het geval is en dat de richtlijnen soms niet voldoende zijn.

Wat kan je als jeugdwerker doen?

Iedereen kan digitaal uitgesloten worden. Kwetsbare kinderen en jongeren worden echter vaker geraakt en de gevolgen zijn vaak groter voor hen. Digitale uitsluiting is een bijkomend uitsluitingsmechanisme voor hen. Offline kwetsbaarheden worden jammer genoeg online meegenomen.

Wat kan jij als jeugdwerker doen? Mediawijsheid is opgenomen in de leerplannen, scholen zijn verplicht hier aandacht aan te besteden. Ook het jeugdwerk kan een belangrijke rol innemen om digitale uitsluiting tegen te gaan. Als jeugdwerker kan je niet zomaar alles oplossen, maar soms kunnen kleine acties al een groot verschil maken. Laten we eens kijken naar enkele voorbeelden en tips:

Zorg er in de eerste plaats voor dat je zelf niet uitsluit.

Communiceer op een eenvoudige en heldere manier naar kinderen, jongeren en hun ouders. Doe je dit op een digitale manier? Vraag even na of iedereen toegang heeft tot die informatie. Organiseer je digitale activiteiten? Heel fijn, maar vraag na of iedereen in je doelgroep toegang heeft en zorg voor begeleiding indien nodig.

Laten we de checklist met digitale voorwaarden overlopen:

1. Niet iedereen van je doelgroep heeft toegang heeft tot digitale middelen

Dan kan je bijvoorbeeld:

  • Nagaan of er in de buurt een organisatie is die digitaal materiaal uitleent of een publieke plek heeft waar je digitaal materiaal kan gebruiken.
  • Als organisatie digitaal materiaal ter beschikking stellen dat je doelgroep kan gebruiken.
  • Een inzamelactie organiseren voor tweedehands digitaal materiaal.
  • Helpen bij de aanvraag van het sociaal tarief voor telecom, enz. OKAN Salco en buurtwerk ‘t Lampeke leggen uit hoe zij hierop inzetten.
2. Heeft iedereen de juiste digitale competenties?

Probeer de digitale wereld van kinderen en jongeren te betrekken in wat je doet. Op die manier kunnen ze deze vaardigheden oefenen en sneller vragen stellen.

Bijvoorbeeld: doe aan storytelling of maak samen een filmpje voor een TikTok challenge. Op voorhand kan je dan vragen of iedereen zijn toestemming geeft om het filmpje te delen. Op die manier kan je het hebben over privacy online en welke inhoud je al dan niet op je sociale media zet.
Kinderen en jongeren zelf laten creëren online biedt heel wat mogelijkheden. Link in de Kabel en vzw Quindo laten zien hoe zij dat aanpakken.

Je hoeft dit zeker niet allemaal zelf te doen, je kan ook aan een organisatie vragen om een workshop of activiteit te komen doen in jouw werking, bijvoorbeeld via het Mediamenu, daar kan je een gratis mediawijze workshop boeken.

3. Kan iedereen binnen jouw doelgroep terugvakken op een sterk digitaal netwerk?

Als je merkt dat er kinderen of jongeren zijn die niet in hun eigen netwerk terecht kunnen met vragen, dan kan jij misschien de persoon zijn waarbij ze wel terecht kunnen. Voel je je hier niet comfortabel bij of heb je het gevoel dat je niet de nodige kennis hebt? Probeer dan uit te zoeken of er diensten of organisaties in de buurt zijn die kunnen helpen.

4. Inclusion by design

Maak je binnen jouw werking gebruik van coole apps, websites of tools? Ga dan eens na of die gemakkelijk en toegankelijk in gebruik zijn. Hoe intuïtiever, hoe beter.


Meer tips voor jeugdwerkers rond e-inclusie?