[anysurfer.logo]

#Jeugdwerkwerkt 2023

Een geactualiseerde agenda voor de toekomst en een nieuwe congres #Jeugdwerkwerkt 2023. Volg het op de voet!
Home

Stedelijk leiderschap

Dit artikel komt voort uit de inspiratiedag #Jeugdwerkwerkt, dat doorging op donderdag 21 mei 2021. Tien sprekers legden nieuwe vraagstukken voor aan jeugdwerkers en de jeugdwerksector. We blikten terug op hoe het jeugdwerk creatieve oplossingen vond om met een crisis om te gaan, maar keken vooral vooruit naar de kansen voor de toekomst. Liselotte Vanheukelom was één van de sprekers op de inspiratiedag. We vroegen haar, net zoals de andere sprekers op de inspiratiedag, haar vraagstuk in een artikel te gieten. We bundelen deze artikels op ambrassade.be/nl/jeugdwerkwerkt2023. De artikels geven voeding om onze ‘agenda voor de toekomst van het jeugdwerk’ te actualiseren. Lees er meer over op de homepagina.

Jongeren in de cockpit

Hoe kan het jeugdwerk hun stedelijk leiderschap stimuleren?

Door Liselotte Vanheukelom

Als directeur van JES, gespecialiseerd in stedelijk jeugdwerk, kent Liselotte Vanheukelom de kracht van experimenteren in het jeugdwerk. Hoe kan het jeugdwerk meewerken om systeemfouten op verschillende levensdomeinen aan te pakken? Liselotte deelt de inzichten van haar team.

Stedelijk leiderschap

Investeren in stedelijk leiderschap 

Met JES willen we stedelijke jongeren versterken, zowel individueel als collectief. En als dat lukt, wordt de stad een betere plek om te wonen, te werken, te spelen, te leven. Maar ik wil het niet hebben over ons als organisatie, wel over de jongeren die ons pad gekruist hebben en die zich voorgenomen hebben om aan de kar te trekken. Jongeren die zich onderscheiden door hun engagement, door de manier waarop ze anderen inspireren, versterken en verbinden. Met JES willen we deze jongeren in hun groei naar stedelijk leiderschap ondersteunen en we hebben het jeugdwerk nodig om daar mee over na te denken. 

Als opdracht voor stedelijk jeugdwerk 

JES werkt met jongeren die opgegroeid zijn in stadswijken. Het hoeft geen betoog dat dat wijken zijn met grote uitdagingen. En de coronacrisis heeft die uitdagingen nog eens in de verf gezet. Zo wisten we al wel dat de publieke ruimte voor ‘onze’ jongeren zowat hun living is, maar plots was het niet vanzelfsprekend meer dat ze er samen hun tijd konden doorbrengen. 

Over welke jongeren hebben we het?

"We zien we steeds meer jongeren die zich manifesteren als organisator van evenementen of als woordvoerder in een debat. De groep jongeren die - vaak in de vorm van een collectief - autonoom verder willen varen, groeit."

De jongeren die we stedelijk leiderschap zien opnemen, hebben een parcours gelopen hebben in een van onze stedelijke werkingen. Ze stroomden er in als deelnemer, werden vervolgens vrijwilliger met verantwoordelijkheden die steeds wat groter werden. Ondertussen – en het is zeker geen groeimodel dat we willen volgen – zien we steeds meer jongeren die zich manifesteren als organisator van evenementen of als woordvoerder in een debat. Onlangs vertelden enkelen ons dat ze met concrete plannen rondlopen om een buurthuis op te richten… 

Het mag duidelijk zijn dat we dus niet de instromers van onze werkingen bedoelen, schematisch zitten we hier aan de bovenkant van de participatieladder: jongeren die meer beginnen te participeren, zich engageren. Maar waar je van vrijwilligers kan verwachten dat ze op een bepaald moment andere horizonten opzoeken en de organisatie verlaten, groeit bij JES de groep jongeren die - vaak in de vorm van een collectief - autonoom verder willen varen. Tegelijk blijven ze naar ons kijken als een partner die hen kan ondersteunen en waarmee het goed samenwerken is. 

Iets doen, iets betekenen

"Het zou gek zijn om de band met die jongeren door te knippen. De meest duurzame investering die we als organisatie kunnen doen is een investering in jongeren die er zelf voor willen gaan."

Cruciaal vinden we het motief van deze jongeren: ze willen een bijdrage leveren aan de gemeenschap waar ze deel van uit maken. Als jeugdorganisatie zou je wel gek zijn om de band met die jongeren door te knippen, als ze geen vrijwilliger meer zijn. De meest duurzame investering die we als organisatie kunnen doen is een investering in jongeren die er zelf voor willen gaan. 

 Dankzij een onderzoek dat we lieten uitvoeren door de VUB kunnen we enkele interessante kanttekeningen maken. 

  • Zo viel het op dat deze jongeren zichzelf niet zien als ‘iemand die anderen inspireert’, laat staan als ‘iemand die leiderschap claimt’. Die invalshoek interesseert hen niet erg, ze ‘doen gewoon wat ze menen te moeten doen’. Ze doen het ‘voor hun kleine broer of zus’. Ze benaderen hun bijdrage minder instrumenteel dan onze medewerkers die voortdurend strategisch nadenken, actieplannen maken en draaiboeken volgen. 
  • Daarnaast spreken we weliswaar over gevorderde vrijwilligersprofielen, maar toch voelen ze zich ‘underdogs’ in de stad (‘niemand zit op ons te wachten maar we zullen ze eens wat laten zien…’). Die vaststelling stemt tot nadenken. Blijkbaar werkt het jeugdwerk hier met jongeren waar anderen weinig in geloofd hebben, en ligt hier alvast een grote uitdaging rond beeldvorming.  

Wat hebben deze jongeren nodig? 

Bij JES vinden we het jeugdwerk bij uitstek een geschikte omgeving om jongeren individueel en collectief te versterken. Dat komt omdat we ons met JES en met het jeugdwerk open-minded opstellen: het maakt niet uit wie je bent, proces boven resultaat, kracht boven deficit, de stad als een kansrijke omgeving … 

  1. Jongeren zijn op zoek naar een klankbord. Ze zoeken partners om met hen na te denken over de uitdagingen die ze zien. Soms worden die uitdagingen slechts vaag benoemd en proberen we met hen eerst taal te geven aan problemen en hun oplossing. En jongeren vragen een grote beschikbaarheid van onze jeugdwerkers. Ze laten het niet na om eender wanneer bij ons binnen te vallen om iets te bespreken. 
  2. Jongeren zijn op zoek naar een stedelijk netwerk waarin vele levensdomeinen samenkomen. Al is hun eigen netwerk vaak al erg groot is. Maar ze zoeken een uitbreiding van dat netwerk met instellingen, professionals, beleid … Met JES willen we voor jongeren een stedelijke hub zijn. En we zoeken dus niet enkel verbinding met anderen uit ons werkveld, we helpen jongeren ook om in contact te komen met professionele sportclubs, cultuurhuizen, werkgevers… 
  3. De jongerencollectieven die met ons samenwerken zijn ook op zoek naar een middelenkader. Vaker dan ons lief is krijgen we te maken met vragen rond logistieke, infrastructurele en financiële ondersteuning.  

Enkele valkuilen 

"Een moeilijke paradox: hoe kan je trajecten stedelijk leiderschap voorzien als je net besloten hebt om het trajectverloop aan jongeren over te laten?"

  • Het is moeilijk wanneer je als organisatie met meerjarenplannen werkt, dat jongeren motieven en snelheden hanteren die zelden synchroon lopen met de strategische en operationele doelstellingen van een organisatie. Zo zien we vaak onrealistische plannen voorbijkomen waarbij we uit ervaring weten ‘dit komt nooit goed’. Of soms komen we op een terrein (zoals de oprichting van een theehuis) waarvoor er betere raadgevers dan JES bestaan.
  • Iedere dag duikt er wel ergens een geweldig goed idee op, daaraan geen gebrek. Van onze jeugdwerkers verwachten we dan dat ze op de rem gaan staan, maar omdat ze sterk geloven in wat jongeren in hun mars hebben, ligt die rol hen niet zo goed.
  • Wat we voortdurend zien terugkomen zijn jongeren die in hun enthousiasme veel hooi op de vork nemen en vervolgens de afgesproken engagementen niet kunnen waarmaken. Dat zorgt voor een wispelturigheid die veel energie kost.
  • Jongeren kiezen voor JES omdat de organisatie vertrouwd aanvoelt, omdat ze de organisatie vertrouwen en een warme band met de organisatie hebben. Maar eigenlijk spreek je over de gepersonaliseerde relatie tussen jongeren en de individuele jeugdwerker die ze zo goed kennen.
  • Hoe kan je trajecten stedelijk leiderschap voorzien als je net besloten hebt om het trajectverloop aan jongeren over te laten? Dat is een paradox. En zelfs als je bottom-up wil werken en daarvoor in de schoot van de organisatie klankbord- of stuurgroepen installeert, verval je eigenlijk al snel in de organisatierecepten die klaarliggen. 

Het verschil met startende vrijwilligers 

Met JES blijven we weliswaar even hard investeren in jongeren die de neus pas aan het venster steken en die we van een jeugdwerkengagement laten proeven. Aan de andere kant van het spectrum gaan we op zoek naar ondersteuningsmodellen voor jongeren die zich vanuit een oprechte bekommernis om het welzijn van hun directe omgeving willen engageren. Eigenlijk zijn ze de organisatie ontgroeid, maar ze zijn wel nog op zoek naar een compagnon de route. 

De eerste categorie is al bij al makkelijk te bedienen. Startende vrijwilligers hebben genoeg aan de contouren van de jeugdorganisatie waarin ze actief zijn. Jongeren die zich daarentegen manifesteren als actoren die de stad zelf in beweging willen krijgen, hebben een ondersteuning nodig die de reikwijdte van een afzonderlijke organisatie ver overstijgt. 


Meer weten over stedelijk leiderschap? 

Bekijk meer op de JES-website en de JES Academy gaat er dieper op in.

Bestanden