[anysurfer.logo]

Basiswerk jeugdwerk

Het Basiswerk jeugdwerk brengt zoveel mogelijk basiskennis over het Vlaamse Jeugdwerk bij elkaar.
Home

Overgangsbepalingen

Het vernieuwde decreet Jeugd- en kinderrechtenbeleid (van kracht sinds 1 januari 2017) bevat heel wat nieuwe bepalingen met een impact op de verenigingen die hun werkingssubsidies er uit halen. Om die reden worden enkele bepalingen opgenomen die de overgang naar het nieuwe decreet vergemakkelijken.

Uitdoven opstapregeling 

In een vorige versie van het decreet kregen verenigingen de optie om in een opstapregeling naar erkenning te stappen. In plaats van jaarlijks 6 modules te behalen, kregen ze de kans om gedurende maximaal 4 jaar minimaal 3 modules te halen. Dit zou verenigingen toelaten om gaandeweg te groeien naar het werkingsvolume dat noodzakelijk is om de erkenningsnormen te behalen. Voor het behalen van 3 modules konden ze jaarlijks op €55.000 rekenen. 

Met het programmadecreet van 2016 werd de opstapregeling geschrapt. Vanaf nu kunnen verenigingen enkel indienen voor een erkenning op basis van 6 modules. Gezien de opstapregeling maximaal vier jaar kon voortduren, en enkele verenigingen hier vlak voor het programmadecreet op intekenden, zijn er nog enkele verenigingen die een paar jaar opstapregeling te goed hebben. 

Om deze verenigingen van een vlotte transitie te voorzien, wordt in artikel 19/1 gestipuleerd dat verenigingen die intekenen op de opstapregeling in 2014 of 2015 hun periode van 4 jaar mogen afmaken alvorens ze tot erkenning op basis van 6 modules moeten overgaan.

Trapsgewijs naar een hogere spreidingsnorm 

In een vorige versie van het decreet lagen de spreidingsnormen voor de activiteitenmodules tussen werksoorten nogal uiteen: waar landelijk erkend jeugdwerk een minimum van deelnemers uit vier provincies diende te bereiken, volstond voor de activiteitenmodules [1] bij verenigingen cultuureducatie en participatie & informatie een spreiding van deelnemers uit tien gemeenten. In het nieuwe decreet wordt een stapsgewijze verhoging van de spreiding bij die laatste twee werksoorten voorzien. 

 Zo krijgen de verenigingen participatie & informatie en cultuureducatie twee werkjaren de tijd om toe te groeien naar een spreidingsnorm van deelnemers uit drie provincies met bijhorend minimum aantal deelnemersuren per provincie.

Bovenbouw in een nieuwe beleidscyclus 

Waar bovenbouworganisaties in het verleden steeds dezelfde beleidscyclus als de andere werksoorten volgden, wordt in het nieuwe decreet bepaald dat De Ambrassade & Vlaamse Jeugdraad, Jint, VVJ, KeKi en de Kinderrechtencoalitie vanaf 2020 de beleidscyclus van de minister zullen volgen en dus in beleidsperiodes van 5 jaar zullen werken.

Fusiegarantie 

Gezien de veelheid aan verenigingen in het decreet, waarvan sommigen op kleine schaal opereren en eventueel in de problemen geraken met hogere spreidingsnormen en dergelijke, voorziet de minister in een fusiegarantie. Hiermee wil hij schaalvergroting stimuleren. De fusiegarantie belooft een samengeteld budget voor verenigingen die besluiten op te gaan in een grotere samengestelde vereniging. 

Art. 19/5 – Wanneer in de periode 1 januari 2017 – 31 december 2019 twee of meer op basis van dit gesubsidieerde organisaties fuseren, wordt de hoogte van de werkingssubsidie voor de fusieorganisatie bepaald op de som van de werkingssubsidies toegekend aan de fuserende organisaties voor de lopende beleidsplanperiode.

VOETNOTEN

[1] Voor verenigingen cultuureducatie gaat het om module 1 en 2, respectievelijk ‘organiseren van een cultuureducatief activiteitenaanbod voor de jeugd in de vrije tijd’ en ‘… buiten de vrije tijd’. Voor de verenigingen participatie en informatie gaat het om module 1 en 2 betreffende ‘informeren van de jeugd in de vrije tijd’ en ‘informeren van de jeugd buiten de vrije tijd of informeren over de jeugd of de rechten van het kind’.