[anysurfer.logo]

Basiswerk jeugdwerk

Het Basiswerk jeugdwerk brengt zoveel mogelijk basiskennis over het Vlaamse Jeugdwerk bij elkaar.
Home

Erkenning Jeugdwerk

Het Vlaams decreet Jeugd- en kinderrechtenbeleid regelt ook de erkenning en subsidiëring van Vlaams Jeugdwerk. Om erkend te worden moet je minstens 6 modules behalen.

Erkenning via kwantitatieve modules 

Vierjaarlijks, te beginnen in 2020, kunnen jeugdwerkverenigingen een erkenningsaanvraag indienen. Om erkend te worden als Vlaamse jeugdwerkvereniging moet een organisatie jaarlijks minstens 6 modules volbrengen. De erkenning is duurzaam, tenminste als een vereniging jaarlijks – via een voortgangsrapport – kan aantonen dat zij haar 6 modules behaalt. Jaarlijks kan een erkende vereniging rekenen op €80 000 basissubsidie. 

Een module is een kwantitatieve uitdrukking van te behalen voorschriften en deelnemersaantallen, vormingsuren, spreiding van deelnemers, … kortom: een pakket te behalen aantallen op basis van specifieke activiteiten. Afhankelijk van waar een jeugdwerkvereniging zich in haar activiteiten op richt, maakt ze een keuze tussen de verschillende werksoorten waaruit het Vlaamse jeugdwerklandschap bestaat. Elke werksoort heeft haar eigen modules met specifieke activiteiten en voorschriften. Een vereniging duidt in haar erkenningsaanvraag aan of ze als landelijk georganiseerde jeugdvereniging, dan wel als vereniging informatie en participatie of als cultuureducatieve vereniging erkend wil worden.

Zo baseert een erkenning als landelijk georganiseerd jeugdwerk zich op 3 modules (begeleiding lokale initiatieven, activiteitenaanbod voor jeugd, vorming voor jeugdwerkers) terwijl een erkenning als cultuureducatieve vereniging zich op hele andere voorschriften stoelt en 5 mogelijke modules voorschrijft. Verenigingen participatie en informatie spannen de kroon met 7 mogelijke modules en bijhorende voorschriften om een erkenning te behalen.

Belangrijk te weten is dat het bij erkenning via modules om een keuze gaat: je bent als vereniging vrij om te kiezen welke modules je één of meerdere keren behaalt. Zo kan de ene landelijk erkende vereniging 6 keer de module vorming behalen, terwijl de andere die module maar 1 keer behaalt, en 5 keer de activiteitenmodule vervult. De keuze is vrij, al legt het decreet voor sommige modules een maximumaantal op, of zijn er verplichte combinaties. 

Wanneer je de verschillende modules over werksoorten heen vergelijkt, valt op dat de drie modules van het landelijk georganiseerde jeugdwerk in bijna elke werksoort terugkomen. Toen in 2012 het modulesysteem veralgemeend werd naar alle werksoorten, werden de bestaande modules uit het landelijk georganiseerd jeugdwerk dan ook als voorbeeld genomen om voorschriften voor de andere werksoorten uit te schrijven. 

Zo zie je dat ook cultuureducatieve verenigingen en verenigingen participatie en informatie een activiteitenaanbod kunnen ontplooien (module 1 en 2 CED en P&I). Ook Vorming van begeleiders is vaste prik in alle werksoorten. Begeleiding van lokale initiatieven zie je ook terugkomen bij verenigingen cultuureducatie. 


Voor de activiteitenmodules zijn er wel verschillen op te maken. Toen in 2012 onderhandeld werd over de modules en bijhorende voorschriften, vreesden verschillende verenigingen dat ze de spreiding over 4 provincies – die zo eigen is aan het landelijk georganiseerde jeugdwerk – niet zouden kunnen halen. Er werd besloten om het te houden op een spreiding van deelnemers over 10 gemeentes in de module. Op die manier lag de drempel een pak lager. Zo laag zelfs dat in de volgende aanpassingsronde het decreet werd aangepast dat verenigingen CED en P&I in hun activiteitenmodules toch een provinciale spreiding moeten realiseren, zij het over 3 in plaats van 4 provincies. Om die overgang mogelijk te maken, werd een groeipad geïnstalleerd zodat verenigingen geleidelijk aan de hogere spreiding kunnen realiseren.

Hoewel de verschillende modules per werksoort in precieze voorschriften vermeld staan in het decreet en duidelijker in de leidraad voor het aantonen van de modules, deden we een poging om de voorschriften uit de modules helder en overzichtelijk te tonen. Via de links hieronder kan je inzoomen op de voorschriften die in modules staan. 


Erkenningsprocedure 

Art. 12. Vierjaarlijks, te beginnen in 2020, kunnen landelijk georganiseerde jeugdverenigingen, verenigingen informatie en participatie of cultuureducatieve verenigingen een erkenningsaanvraag indienen. In de tussenliggende jaren kan geen landelijk georganiseerde jeugdvereniging, vereniging informatie en participatie of cultuureducatieve vereniging erkend worden. 

Het decreet en bijhorende uitvoeringsbesluit beschrijft in detail de procedure die gevolgd wordt om tot een Vlaamse erkenning te komen. 

Ontvankelijkheid aanvraagdossier 

Een vereniging die op basis van het decreet erkend wil worden, kan daarvoor een aanvraag indienen vóór 1 juni van het jaar dat voorafgaand aan een nieuwe beleidsperiode. De eerstvolgende keer dat je kan indienen voor erkenning is dus 1 juni 2020. 

Je maakt je dossier op aan de hand van het aanvraagformulier en bijhorende leidraad. Samen met deze formulieren bezorg je een activiteitenkalender van de maanden juni en juli. Tot het eind van het jaar bezorg je maandelijks zo’n activiteitenkalender aan de afdeling Jeugd. Dit stelt hen in staat om in de stap van begeleiding en controle bij je werking op bezoek te komen. 

Vóór 15 juni kan je eventueel nog vragen ter vervollediging van je dossier krijgen. Deze beantwoord je vóór 1 juli. Ten laatste 1 september krijg je dan te horen of je dossier ontvankelijk wordt verklaard, en of je dus in aanmerking komt voor erkenning. 

Begeleiding en controle 

Tussen 1 juni en 1 november begeleidt en controleert de afdeling Jeugd je verder, door informatie en documentatie te verstrekken je activiteiten te controleren. Minstens één keer komt de afdeling langs op je maatschappelijke zetel voor een algemene controle van alle voorwaarden. 

Adviezen 

Op basis van alle informatie uit je dossier en uit de plaatsbezoeken formuleert de afdeling Jeugd een advies. Indien het advies negatief is, krijg je per aangetekende brief een voornemen van niet-erkenning in de bus. Je krijgt dan 15 kalenderdagen om hier schriftelijk bezwaar op aan te tekenen. Opnieuw kijkt de afdeling of dit bezwaar ontvankelijk is. Indien dat niet het geval is, hoor je dat vóór 1 december. 

Erkenning 

De afdeling Jeugd deelt vóór 31 december mee of je vereniging al dan niet erkend wordt.

Een speciaal statuut: de politieke jongerenbewegingen 

Art. 15. §1. De Vlaamse Regering erkent politieke jongerenbewegingen. Een politieke jongerenbeweging komt voor erkenning in aanmerking als ze de jeugd stimuleert om actief burgerschap op te nemen en de jeugd sensibiliseert en vormt met het oog op haar participatie in de politieke besluitvorming, in de werking van een welbepaalde politieke partij en in het maatschappelijk debat. 

Sinds de hervorming in 2012 werden politieke jongerenbewegingen opgenomen als een aparte werksoort in het decreet. Om de beslissingsruimte van een minister ten opzichte van de jongerenafdelingen van zijn eigen en soms anders gekleurde partijen in te perken, werd zo een specifieke erkenningsprocedure en subsidiesysteem geschreven. 

In 2016 echter werd besloten om de subsidies voor de POJO’s op te heffen. Om meer financiële ruimte te bieden voor de andere werksoorten werd besloten om de financiering van jongerenafdelingen volledig te laten afhangen van giften uit de moederpartij. Met één pennentrek werd de subsidiëring van deze categorie jeugdwerk geschrapt. 

De verenigingen blijven echter wel een erkenning via het decreet behouden. Deze gebeurt nu via ledenaantallen: […] Een politieke jongerenbeweging telt ten minste 100 leden, jonger dan eenendertig jaar.

Beelden