Infoscan. Onderzoek naar het informatiezoekgedrag bij kinderen en jongeren tussen 8 en 22 jaar

Kinderen tussen 8 en 11 jaar doen in eerste instantie beroep op hun ouders als ze informatie nodig hebben. Zij geven aan ook daar de beste informatie te vinden. Vanaf 12 jaar is google over het algemeen de eerste plaats waar ze hun zoektocht aanvatten én waar ze de beste informatie denken te vinden. Toch blijven ook de ouders als informatiebron voor jongeren vanaf 12 een sterke tweede plaats innemen.

Kinderen en jongeren botsen regelmatig op vragen. Welke studierichting wil ik kiezen? Wat moet ik doen als ik gepest word? Op welke politieke partij moet ik stemmen? Hoe ga ik om met mijn verliefdheid? Tegenwoordig is informatie in overvloed aanwezig en toegankelijk met een paar muisklikken. We consumeren en produceren dan ook iedere dag met zijn allen bergen informatie. Tegelijkertijd krijgen kinderen en jongeren steeds meer keuzevrijheid. Dé vraag is dan ook hoe kinderen en jongeren met deze informatiestromen omgaan. Zijn kinderen en jongeren voldoende informatiegeletterd? De Hogeschool Gent bracht in opdracht van De Ambrassade het informatienetwerk en de zoekstrategieën van kinderen (8-11), tieners (12-15) en jongeren (16+) in kaart.

Zoekstrategieën

Het onderzoek wijst uit dat hoe ouder men wordt, hoe meer informatiebronnen men rond een specifiek onderwerp raadpleegt. Terwijl kinderen vooral exploreren en uitproberen, weten jongeren veel beter welke infobronnen ze rond specifieke thema’s moeten aanspreken. Opvallend is ook dat het verifiëren van de informatie bij jongeren vanaf 16 jaar 6 keer zo hoog is als bij kinderen tussen 8 en 11, en dubbel zo hoog is als bij tieners tussen 12 en 15. Er is dus sprake van een leerproces. Kinderen en jongeren ontwikkelen zoekstrategieën doorheen de tijd. Informatiezoekpatronen blijven echter wel complexe trajecten, waarbij het aftoetsen en combineren van verschillende bronnen, ook met de eigen voorkennis centraal staat.

Onmiddellijke omgeving als uitgangspunt

Kinderen en jongeren starten hun zoektocht naar informatie binnen hun onmiddellijke omgeving. Ouders, vrienden en leerkrachten zijn belangrijke referentiepunten. Vaak gaan ze op zoek naar een expert in hun omgeving. Papa weet veel over politiek, terwijl vriend Nicholas veel kennis heeft over fietsen en oudere zus Anna meer ervaren is op vlak van relaties. Ook het internet is tegenwoordig heel nabij. Het JIP, Awel, het CLB of andere organisaties die zich verder van de alledaagse realiteit bevinden scoren merkelijk lager.

Ouders als ankerpunt

Kinderen tussen 8 en 11 jaar gaan over het algemeen in eerste instantie bij hun ouders op zoek naar informatie. Daarnaast vinden ze de info die ze van papa of mama krijgen doorgaans het meest betrouwbaar. Voor tieners en jongeren blijven ouders de tweede belangrijkste informatiebron, na de digitale infobronnen. Ouders hebben dus een niet te onderschatten invloed op vlak van informatie.

Google & Co

Het internet wordt dagelijks geraadpleegd voor heel uiteenlopende zaken. Google is als toegangspoort naar informatie ontzettend populair. In 6 op de 10 gevallen waarbij kinderen op zoek gaan naar informatie, gaan ze ondermeer via google op zoek. Bij jongeren stijgt dit tot 8 op 10 keer. Toch melden de jongeren uit het onderzoek dat het niet altijd eenvoudig is om iets te vinden in het grote digitale aanbod. Sommige jongeren ervaren een virtuele overload. Dat verklaart misschien ook de appreciatie van folders bij jongeren. Zo zegt een meisje van 21 jaar: Al het digitale gaat gewoon heel snel. Als je dan iets in je handen krijgt, is dat wel tof en dan blijf je daar toch iets langer bij stilstaan.’

Daarnaast geven kinderen, tieners en jongeren aan dat de informatie op sommige websites niet op hun maat is geschreven. Als het gaat om betrouwbaarheid van bronnen, vinden kinderen hun sociaal netwerk vaak geloofwaardiger dan het internet. Digitale bronnen worden niet alleen kritischer bekeken, maar ook als minder betrouwbaar beoordeeld dan gedrukte media.

Kritisch zijn

Het versterken van informatiezoekvaardigheden wordt steeds belangrijker in deze informatiemaatschappij. Het is geen garantie dat kinderen en jongeren die opgroeien met allerhande informatietechnologie, ook begrijpen hoe je ermee om moet gaan. Informatiegeletterdheid houdt in dat je kritisch naar informatie kijkt, waardoor de grens tussen zin en onzin en het onderscheid in informatie die wel of niet commercieel beladen duidelijker wordt.

Kritisch reflecteren over informatie en informatiebronnen komt niet vanzelf en zeker niet van vandaag op morgen. Het is dan ook van groot belang om er binnen contexten zoals het onderwijs en de thuisopvoeding aandacht aan te besteden.

Meer weten over het onderzoek? Zowel het beknopte onderzoeksrapport als het uitgebreidere rapport vind je in bijlage!